Buro Prinor

Presentatie, Informatie, Organisatie

Vooroodelen


We lopen na het eten terug naar ons hotel in een Spaanse toeristenplaats. Voor ons loopt een gezin. Ze spreken Nederlands. Dat is natuurlijk niets vreemds. Maar dan horen we dat ze het hebben over Marokkaanse jongens. Wat de vrouw precies zegt kunnen we niet horen, maar dat wat de vader tegen zijn twee zoons van een jaar of 10 zei was luid en duidelijk. “Toen papa in de gevangenis werkte waren 9 van de 10 jongens die er zaten, Marokkaans.” Daar moest ik op reageren! Ik zei: “Ja, het zijn allemaal criminelen”, met de nadruk op allemaal. Hij dacht dat ik het met hem eens was en lachte, maar ik zei dat ik het schandalig vond dat hij dat zijn kinderen op die manier meegaf. 

Hij werkte bij justitie en kon zijn kop niet in het zand steken, was zijn excuus. Het zal best kloppen, maar misschien moet hij juist zijn kop eens uit het zand halen en goed kijken naar deze jongeren en zich af vragen waar het aan gelegen heeft. In plaats van zijn kinderen opzadelen met een vooroordeel. Met deze info in hun zak zullen zij nooit een vriendschap sluiten met een Marokkaanse jongen. 

Geërgerd was ik en vond niet meteen de juiste woorden en al mopperend liepen we door.

Wat als ik mijn kinderen had meegegeven dat 9 van de 10 Nederlanders discrimineren en racistisch zijn. Op welke manier zouden zij dan kijken naar Nederlanders?  

Op die manier houden we alle onbegrip voor elkaar in stand.  

Gelukkig zag ik de dag erna iets wat me weer deed glimlachen. Een wat oudere dame met hoofddoek ligt bij het zwembad. Een Nederlandse (?) mevrouw helpt haar zonder dat er om gevraagd werd haar bed in de schaduw te zetten. Met gebarentaal laten ze elkaar weten dat het warm is.

Zij geeft het goede mee aan haar zoon. Laten we allemaal het goede voorbeeld meegeven aan onze kinderen, zodat zij zonder vooroordelen samen kunnen leven in Nederland.


Amina Sebbar, juli 2015