Buro Prinor

Presentatie, Informatie, Organisatie

Niet mijn islam


 

Lang heb ik ook geroepen dat ik mij niet ga verontschuldigen voor daden van een ander. En eigenlijk doe ik dat nog steeds. Ik verontschuldig mij niet. Maar ik wil me er wel tegen uit spreken. Ik deed dat al eerder in een blog in augustus vorig jaar.

Zittend in de wachtkamer bij de huisarts hoorde ik in het journaal wel drie maal een negatief bericht over de islam voorbij komen. Als men op dat moment aan mij had kunnen zien dat ik moslim ben, had ik mij heel klein willen maken. Want dat was het beeld dat de gemiddelde Nederlander kreeg over de islam. Het geloof dat ik 30 jaar geleden vrijwillig aannam en wat ik zie als het meest vredelievende geloof, wordt gekaapt door radicalisme, geweld en terreur. Het is niet vreemd te noemen dat men in Nederland bang wordt van moslims. Dit is het beeld wat Nederland heeft en krijgt over de islam. Niet dat van al die vredelievende moslims. En deze laten ook nog niets van zich horen, wordt er dan gezegd. Dus zullen ze het er wel mee eens zijn.

Nee, ik ben het er niet mee eens. Zeker niet met terreur en geweld en ook niet met radicalisme. Ik zet me er zelfs voor in om het tegen te gaan.

Ik ben erg geschrokken van een lezing over het huwelijk welke gegeven werd door een jong meisje aan andere meisjes. Als tegengeluid organiseerde ik een bijeenkomst over de empowerment van meisjes. De manier waarop tijdens die lezing verteld werd over de positie van de vrouw binnen een huwelijk zetten meisjes aan tot het aannemen van een slaafse positie ten opzichte van de man, waardoor ze niet meer zelf na hoeven denken of mogen denken.  Ze luisteren nog maar naar 1 persoon en zijn daardoor tot alles in staat.

Dat is in mijn ogen wat bij veel van de radicaliserende jongeren gebeurt. Ze luisteren naar wat één persoon zegt en denken niet meer zelf na. Hoe kan het toch zo ver komen bij deze jongeren? Zij zijn toch opgegroeid in Nederland, hebben hier onderwijs genoten. Toch kiezen zij op een bepaald moment in hun leven voor de weg van ondergeschiktheid of terreur.

In de puberteit start de zoektocht naar een eigen identiteit. Pubers vragen zich af wie ze zijn en waar ze voor staan. Voor pubers die tussen twee culturen opgroeien zijn deze vragen lastiger te beantwoorden omdat zij naast de gewone puberteitsproblemen ook te maken krijgen met discriminatie, negatieve beeldvorming vanuit de media en sterke sociale controle vanuit de gemeenschap. Daardoor is opgroeien in Nederland voor moslimjongeren vaak niet makkelijk. Hoewel in Nederland voor iedereen alle kansen liggen, moeten zij die wel zelf grijpen en er vaak hard voor werken, harder dan een ander. De samenleving is hard en vertoont veel islamofobie. Daarnaast wordt er aan verschillende kanten aan ze getrokken of tegen ze aan geduwd, waar ze wel mee om moeten kunnen gaan en weerstand aan moeten bieden. Kunnen ze dat niet, dan kan dat gevolgen hebben.

Ronselaars binnen radicale groepen maken misbruik van de kwetsbaarheid van deze jongeren. Het begint met het tonen van betrokkenheid en interesse in de persoon en het inpraten op hun gevoel. Zonder het door te hebben worden ze  losgeweekt van familie en vrienden. Totdat zij alleen nog maar naar deze ene persoon luisteren. Dan kiezen ze voor de weg met de minste weerstand. Vanuit huis ontbreken vaak de kennis en kunde om hen goed te begeleiden.

Wat nu? Hoe moeten we verder? Waar ligt de oplossing? Wie het weet mag het zeggen. Verbeter de wereld begint bij jezelf, zou ik zeggen. En dat geldt dan voor iedereen.

Geweld moeten we niet met geweld beantwoorden. Maar moslims worden nu bestookt met aanslagen op moskeeën, nieuwe afbeeldingen van de profeet, veel verbaal geweld, ook op sociale media. Bij vrouwen wordt de hoofddoek van het hoofd gerukt of ze worden overgoten met bier. Moeten ze dat dan over zich heen laten komen? Ja, als ze het voorbeeld van de profeet zouden volgen, zou dat wel het advies zijn. Al is men gekwetst, beledigd of boos, het tonen van geduld, verdraagzaamheid, zachtmoedigheid en barmhartigheid is de beste en de eerste manier van reageren. Juridische acties, melden van discriminatie of islamofobie, burgerlijk protest, het schrijven van brieven en andere juridische wegen kunnen dan overwogen worden.

Daarnaast moet er gezorgd worden voor goede informatie voor de moslimjongeren. Vanuit de opvoeding en vanuit de gemeenschap. Wanneer zij al jong goede informatie mee krijgen, ook over hun geloof, hoeven ze later niet op zoek naar een invulling van dit geloof. Ouders moeten nu alert zijn op signalen en beseffen dat je niet in het paradijs komt als je iemand doodt. Moskeeën moeten geen podium bieden voor lezingen die een extreme inhoud hebben. Voor De islamitische gemeenschap is het nodig dat er meer kritische zelfreflectie komt maar ook begrip. Het zou al een stap zijn, wanneer men zou begrijpen dat er angst bestaat en waar die vandaan komt.

Maar....Van de andere kant moet er natuurlijk ook iets vanuit de maatschappij veranderen. Men kan blijven roepen dat er door moslims zelf niets gedaan wordt, maar dat is natuurlijk niet waar. In 2001/2002 al, na de aanslagen in Amerika organiseerde de moslimvrouwenorganisatie Al Nisa een speldjesactie voor vrede en dialoog. Een positieve actie die nauwelijks aandacht kreeg van de media. Dus de positieve acties moeten gewoon meer aandacht krijgen. Er is nu een pagina #nietmijnislam, er wordt een potlodenactie georganiseerd in Utrecht, allemaal opgezet en geregeld door moslims. Geef het aandacht!

Er mag ook best duidelijk gemaakt worden dat dit soort terroristische aanslagen niet met geloof en dus niets met de islam te maken hebben. Ook al wordt dat wel door de terroristen zo benoemd. Want de meerderheid van de moslims is ook bang voor het terrorisme, voor de terroristen. Zij zijn ook bang, voor dezelfde dingen.

En het meten met twee maten moet onderkend worden. En misschien zijn de maten niet altijd helemaal gelijk en dat ziet u misschien wel, maar de moslimjongeren zien dat niet. Zij voelen zich buitengesloten en aangevallen.

Laten we bruggen bouwen, zodat we geen wij en zij meer hebben maar allemaal wij zijn en samen één zijn tegen terrorisme.

Laten we in ieder geval in gesprek blijven met elkaar. Dus niet alleen praten over moslims, maar vooral met moslims, met elkaar!

En niet alleen in debatten, maar eerder in dialoog of in een gewoon gesprek met mensen om je heen. Er is nog veel te doen en dat moeten we samen doen!


 

Amina Sebbar, januari 2015 

 


 

Geschreven voor en voorgelezen tijdens het debat 'En nu?' van Dagblad de Limburger/Limburgs Dagblad in samenwerking met de Gemeente Sittard-Geleen op donderdag 15 januari. Hierdoor komen er stukjes uit eerdere blogs in terug.