Buro Prinor

Presentatie, Informatie, Organisatie

Een kater


 

Al ruim 25 jaar geef ik lezingen, ga ik in gesprek over de islam met groepen. Dit zijn dan meestal vrouwen, jongeren, kinderen of gemengde groepen. Nooit sprak ik voor/met een groep van alleen mannen. Tot gisteravond. En ik dacht: dat varkentje was ik ook wel even. Maar eigenlijk heb ik er een flinke kater aan over gehouden.

Het was een groep mannen van tussen de 55 en 60 jaar die al sinds 1983 maandelijks bij elkaar komen en die, naar ik kon inschatten, allemaal een boven gemiddelde maatschappelijke positie hebben. Het leken me allemaal mannen die open staan voor andere meningen en in het begin was dat ook zo.

Natuurlijk krijg ik wel vaker lastige vragen. Vaak kan ik die beantwoorden, soms geef ik eerlijk toe dat ik daar het antwoord ook niet op weet. Ik krijg ook te maken met onbegrip of mensen die zelf niet geloven. Maar zolang er toch respect voor elkaar is, hoeft dat geen probleem te zijn. Echt vervelende opmerkingen heb ik eigenlijk nooit gehad.

Naar mate de avond verstreek werden de opmerkingen wat minder mild. Waarom zouden een man en vrouw niet alleen in één ruimte mogen zijn? Dat is onzin en een teken van wantrouwen, volgens de heren. Voor mij is het een ‘beter voorkomen, dan genezen’. Ik vertelde dat uithuwelijking en meisjesbesnijdenis niets met de islam te maken hebben en dat ook christelijke gemeenschappen in landen als bijvoorbeeld Egypte en Libanon deze praktijken uitoefenen. Nee, we hebben het nu over de islam!  En het kon dan allemaal wel mooi vermeld staan in de Koran, waar zij het over wilde hebben was waarom een vrouw anno 2014 nog achtergesteld wordt aan de man.

Ik had al uitgelegd dat voor moslims de Koran het woord van God is, geopenbaard aan de profeet Mohammed. Toch werd er weer over gesproken als ‘ook maar door mensen geschreven’ en ‘we weten hoe het gaat met doorvertelde verhalen’. Ik probeerde nogmaals uit te leggen dat de Hadith de ‘doorvertelde verhalen’ zijn en de Koran het woord van God toen één van de heren de volgende opmerking maakte: “Ik kan niet snappen dat een normaal denkend mens kan denken dat God de Koran geschreven heeft”. Daar was ik even stil van en de andere heren ook.  Zij voelde aan dat dit voor mij geen leuke opmerking was en ik zag ze kijken en zich afvragen hoe ik daar op zou reageren.

Ik heb gezegd dat ik heel veel kan hebben. Je hoeft niet te begrijpen wat ik geloof of doe, maar dat dit soort opmerkingen wel beledigend en kwetsend zijn en ik mij afvraag of ik daar dan nog wel goed zat.

Gelukkig gaf één van hen er een andere wending aan. Die had het boek ‘De hand van Fatima’ gelezen en daarin ontdekt dat de islam wel een heel andere kijk heeft op seks dan het christendom.  Ik legde uit dat in de islam seks alleen is toegestaan binnen het huwelijk, maar dat het zeker niet alleen is voor voortplanting zoals in het katholicisme. Het is ook voor het genot en man en vrouw mogen zeker genieten van elkaar. Dat vonden ze dan toch nog wel weer iets positiefs.

Degene die mij beledigde, hield wijselijk zijn mond. Toch hield het me nog bezig en zat ik met een kater in de auto terug naar huis.