Buro Prinor

Presentatie, Informatie, Organisatie

Doe toch normaal


Het zijn woorden die we kunnen verbinden aan de discussie tussen Wilders en Rutte in een debat in 2011. Zij schreeuwde elkaar toe: ‘doe toch normaal’ en ‘doe zelf normaal’. In januari dit jaar deed Rutte het via een brief aan alle Nederlandse nog eens over: Doe normaal of ga weg! Aan alle Nederlanders, maar eigenlijk doelde hij specifiek op een bepaalde groep, diegene die in zijn ogen niet normaal deden.

 

Maar wat is eigenlijk normaal? Als ik het opzoek vind ik de volgende betekenis: zoals het vaakst voorkomt, zoals de meeste mensen doen, gangbaar, gewoon. Het hangt dus af van wat je gewend bent en dat hangt weer af van waar je vandaag komt en hoe je bent opgevoed. Wat in de ene cultuur normaal is, is dat in een andere cultuur niet. Maar ook binnen één cultuur kunnen verschillen zitten.

 

Omdat we in Nederland wonen, kijken we dus naar zoals de meeste mensen het in Nederland doen, naar wat in Nederland gangbaar is. Maar je kunt het ook toespitsen op een regio, bijvoorbeeld de Randstad of juist het Zuiden. Dan gaat het al om minder mensen en kan dus iets anders gangbaar zijn dan wanneer je het over heel Nederland bekijkt. Als je alleen binnen het gezin kijkt, gaat het om nog minder mensen en wordt het weer anders.

 

Waarom schrijf ik hierover? Ik kwam het op verschillende manieren tegen in de opvoedondersteuning.

Een islamitische moeder uit haar zorgen over het gedrag van haar 17 jarige zoon bij een gezinscoach. Hij gaat uit, heeft een vriendin en komt ’s nachts niet thuis. De gezinscoach heeft als enige antwoord: ‘Dat is toch normaal’.  Zij kijkt naar wat normaal is in Nederland. De moeder kijkt naar wat normaal is in de islamitische opvoeding. Hier botst het dus en wanneer de gezinscoach vasthoudt aan haar eigen ‘normaal’ zal de moeder niet geholpen worden. Gelukkig kon deze moeder bij mij terecht.

 

Daarnaast hoorde ik in twee verschillende gevallen een moeder tegen haar dochter zeggen: doe eens normaal. In het ene geval ging het om een 4 jarig en in het andere geval een 5 jarig meisje. Ze vertoonden gedrag dat de moeders niet aanstond. De vraag hierbij is: weet het kind wat normaal is? Weet het kind wat de moeder bedoelt?

 

Kinderen hechten veel waarde aan wat de ouders zeggen. Dat bepaalt hoe ze over zich zelf gaan denken. Het bepaalt of ze een positief of negatief zelfbeeld ontwikkelen. Wanneer het kind dus vaak hoort dat het ‘normaal’ moet doen, wat dat dan ook is, zal het uiteindelijk een gevoel ontwikkelen niet ‘normaal’ te kunnen doen of niet normaal te zijn. Hoe vaker het wordt herhaald, hoe meer het kind het ook gaat geloven.  En hoe meer dit het zelfbeeld bepaalt. Misschien is een opmerking door de ouders niet kwaad bedoeld, maar het wordt wel zo opgevat door het kind, omdat het kind wat er gezegd wordt letterlijk neemt. Het zou beter zijn wanneer de moeder duidelijk zegt welk gedrag niet gewenst is en waarom. Daarnaast is het zinvol als de moeder aangeeft welk gedrag zij wel verwacht van het kind. Dus duidelijk en concreet.


‘Normaal doen’ is dus een vaag begrip en zeker in de opvoeding kunnen we dat beter vermijden.

En ook al is een kind anders dan andere kinderen dan is ook dat gewoon normaal.


Amina Sebbar, maart 2017