Buro Prinor

Presentatie, Informatie, Organisatie

Betoog


Voor de Jeugddag: Anders opvoeden in islamitische gezinnen.

33 jaar geleden trouwde ik met een Marokkaanse man. Wij kregen samen 3 dochters. Al vanaf het begin van de opvoeding liepen we tegen een aantal zaken aan.  Uiteindelijk hebben wij hen een opvoeding gegeven vanuit mijn Nederlands referentiekader, het Marokkaanse kader van mijn man en de islamitische pedagogiek. Ik ben daar heel bewust mee bezig geweest, lezingen over gegeven, artikelen overgeschreven want ik zag om mij heen dat veel ouders het moeilijk vonden om de juiste weg te vinden. 13 jaar geleden schreef ik mijn eerste kinderboek. Dat was het begin van datgene waar ik mij nu voor inzet.

Mijn naam is Amina Sebbar en tijdens dit betoog neem ik u graag kort mee in de problematiek van opvoeding in veel migrantengezinnen en wat de rol van de hulpverlening hierin zou kunnen zijn.

De manier waarop we opvoeden hangt af van ons referentiekader. Dus mensen die vanuit een ander land naar Nederland komen, brengen die manieren met zich mee. Zo waren mensen vanuit bijvoorbeeld Marokko en Turkije gewend om ‘samen’ op te voeden. Samen met de rest van de familie, met buren en school en overheidsvertegenwoordigers, zoals politie.

Eenmaal met hun gezin in Nederland werd hen verteld dat opvoeden in Nederland de verantwoordelijkheid was van henzelf. Ja, maar hoe doe je dat dan? Er werd gekozen tussen de volgende twee methoden:

1.       Autoritaire opvoedmethode. Men was bang dat hun kinderen te veel zouden verwesteren en dus werd vast gehouden aan alles wat ze zelf hadden meegekregen. Er werd met harde hand opgevoed. Veel ge- en verboden.

2.       Laissez faire opvoedmethode. Ouders die juist wilde dat hun kinderen mee konden doen aan de Nederlandse samenleving en dat betekende in hun ogen dat je ze vrij moest laten.

Beide gingen niet goed. We kregen te maken met jongeren die voor veel problemen zorgden: overlast en criminaliteit. Vele hulpverleners kwamen er aan te pas.

Niets slechts over Hulpverleners, maar ook dat ging niet goed. Hulpverleners gingen vooral uit van alleen maar Nederlandse referentiekaders. Hoe het in Nederland gebeurt is goed en zo moet het. Met andere woorden: zoals jullie opvoeden is niet goed. Er werd geen rekening gehouden met de achtergrond en afkomst van de migranten. Integreren en assimileren waren sleutelwoorden. Er ontstond een grote afstand tussen hulpverleners en allochtone gezinnen door onbegrip bij hulpverleners en door angst bij migranten dat hun kinderen uit huis geplaatst zouden worden.

Nu is er een nieuw probleem bij gekomen: radicalisering. Jongeren uit migranten gezinnen zitten vaak al in een spagaat tussen de samenleving en de thuissituatie en dan wordt er in die samenleving ook nog zo negatief gesproken over hun geloof. Wanneer ze dan in de knoop zitten met zichzelf, zich niet geaccepteerd voelen in Nederland door afwijzingen gaan ze op zoek naar de invulling van hun geloof.

Thuis kregen ze te weinig mee over het geloof, slechts algemeenheden en de al eerder genoemde ge- en verboden. In hun zoektocht komen ze dan terecht bij verkeerde bronnen die ook inspelen op de situatie in de Nederlandse maatschappij. Dat ze niet geaccepteerd worden, geen gelijke kansen hebben. Er wordt ingespeeld op hun gevoel en op die manier geronseld voor radicale gedachten.

Wat vaak ontbreekt in deze gezinnen is genegenheid, communicatie en goede informatie over hun geloof, de islam. Zij hebben dat niet mee gekregen vanuit hun eigen opvoeding en hebben daar ondersteuning bij nodig.

Wat kan de hulpverlening daarin betekenen?

Uitgangspunt blijven natuurlijk de Nederlandse waarden en normen, maar de vraag is of die wel zoveel verschillen van de islamitische. Belangrijk is te weten dat er veel verschil bestaat tussen culturele waarden en islamitische waarden. Je kind slaan is bijvoorbeeld in de Marokkaanse cultuur heel gewoon, maar dat is het niet in de islam. Dus als hulpverlener zou je al met het gezin in gesprek kunnen gaan en vragen wat hun geloof zegt over het slaan van kinderen. En niet de belerende vinger met 'maar dat doen wij in Nederland niet'. Misschien weten ze zelf het antwoord nog niet, maar ze kunnen wel gemotiveerd worden om het te onderzoeken. Dan zullen ze ontdekken dat de profeet van de islam nooit kinderen geslagen heeft en dat er in de Koran staat "En door de genade van God ga jij vriendelijk met hen om. En als je streng en hard met hen was geweest, dan hadden zij zich van je afgekeerd, vergeef hun (fouten) en vraag (Allah’s) vergiffenis voor hen en raadpleeg hen in de zaak….”(Soera 3, vers 159).

De ouders moeten leren dat ze hun kinderen de mooie kanten van het geloof leren zodat zij later niet op zoek hoeven te gaan. Hulpverleners kunnen en hoeven geen godsdienstige opvoeding te geven maar kunnen wel ouders adviseren dat wel te doen. En natuurlijk zou het mooi zijn wanneer er meer hulpverleners komen vanuit de diverse culturen. Zelf hoop ik daar ook mijn steentje aan bij te mogen dragen.

Mijn dochters hebben een islamitische opvoeding gehad op een manier zodat ze zich thuis voelen in de Nederlandse samenleving en met liefde voor hun geloof. Zij hoeven niet meer op zoek naar een invulling. Zij leven als moslim in Nederland en dat kan! Maar dan moet dat ook door Nederland geaccepteerd worden!

Dank u wel!

Amina Sebbar, oktober 2015